Landart in Twente

Landart in Twente

Beelden zie je vaker in het landschap staan dan in een museum. De beelden van Rückriem bijvoorbeeld zijn eigenlijk te zwaar voor de vloeren van het museum. Weet je dat een steen wel zo’n 6.000 kilo zwaar kan zijn? Reken dan maar eens uit, hoe het zou zijn als er wel drie stenen boven op elkaar worden gezet worden! Toch heeft Rückriem wel vaak in een museum geëxposeerd. In het Van Abbemuseum in Eindhoven en in het Stedelijk Museum in Amsterdam bijvoorbeeld. In beide musea moesten steigerpalen voorkomen dat de vloeren doorzakken.

Ongeveer 50 jaar geleden komt er een verandering in de beeldhouwkunst. Een aantal beeldhouwers gaan op een andere manier werken, bijvoorbeeld in Minimal Art. Minimal Art bediende zich van simpele, eventueel gevonden materialen. Belangrijk was om met zo eenvoudig mogelijke middelen een relatie aan te gaan met de omgeving. De spanning, die zou ontstaan door het creëren van een tegenstelling met de omgeving, was daarbij van belang.
Er zijn ook kunstenaars die plekken in het landschap anders gaan inrichten. Ze gaan iets aan het landschap toevoegen of ze gaan het landschap iets veranderen waardoor het landschap er net een beetje anders uit ging zien. Voor bepaalde plekken die al bijzonder waren, krijgen sommige kunstenaars een opdracht om die plek nog meer te laten opvallen: stroming Land Art.


Land art
Dit is een stroming in de beeldende kunst ontstaan in de jaren 60 van de 20ste eeuw, waarbij kunstenaars grote kunstzinnige veranderingen aanbrengen in een landschap door bijvoorbeeld het graven van grachten en kuilen, het aanleggen van heuvels op akkers en weiden en het aanbrengen van keien op een wateroppervlak. De kunstenaar wil zo de menselijke aanwezigheid laten zien en tevens stellen dat de mens door de verandering van de omgeving de natuur in bezit neemt. Een in het Nederlands ook wel gebruikte benaming is landschapskunst. Omdat Ulrich Rückriem met eenvoudige vormen werkt, maar ook een stuk natuur aan het landschap toevoegt zou je kunnen zeggen dat de beelden van Ulrich Rückriem wel passen bij de Minimal Art maar ook wel bij de Land Art.

Rückriems in de omgeving
Vlak over de grens in Duitsland, bij klooster Frenswegen, tussen het dorpje Lage en de stad Nordhorn. Daar in het bos en in de omgeving van het klooster zijn tussen 1979 en 1988 tweeëntwintig beelden geplaatst die gemaakt zijn door verschillende kunstenaars. Een van die kunstenaars is de Duitse beeldhouwer Ulrich Rückriem.Van hem staan er twee stèles in het bos bij het klooster Frenswegen.

De steengroeve
Alle beelden die bij het klooster Frenswegen staan zijn gemaakt van Bentheimer Zandsteen. Deze steen wordt ook wel Bentheimer Gold (goud) genoemd door de wit-gele kleur die de steen heeft. De Bentheimer zandstenen veranderen na verloop van tijd van kleur en worden dan donkerder en grijzer. De stenen komen uit een steengroeve. Een steengroeve is een berg waar stukken steen uit zijn weggehakt. Met de stenen worden kerken, huizen, bruggen en kastelen gebouwd, straten aangelegd en er worden ook kunstwerken van gemaakt. Het is ook de steensoort waarvan de toren van de Sint-Pancratiusbasiliek in Tubbergen is gebouwd. Niet iedere steengroeve heeft dezelfde stenen. Elke groeve is anders. Soms zijn de stenen zachter, of hebben ze een andere kleur of meerdere kleuren door elkaar. Soms zie je zelfs de verschillende lagen van de aarde in de stenen. Net als bij een gewone steen die je in de natuur kan vinden. Deze zijn ook allemaal verschillend. Als je een steen goed bekijkt zit deze vol met allerlei kleuren en vormen


Magische plekken
Een voorbeeld van een groot Land Art kunstwerk is te vinden aan de Uelserweg bij Mander in de gemeente Tubbergen. Hier liggen twee grote ronde cirkels in het land. De ene cirkel heeft een diameter van 380 meter en de ander is iets kleiner met een diameter van 340 meter.
Deze zijn in de jaren 30 gemaakt in opdracht van Gerhard Jannink. Hij was een textielfabrikant en grootgrondbezitter. Hij had vanuit Amerika frisse ideeën meegenomen om het land te bewerken: boeren die op ronde weilanden aan het werk waren. Dat was een stuk makkelijker voor de boer dan op een vierkant akker te werken waar de ploeg iedere keer gekeerd moest worden. Gerhard Jannink kocht de grond bij Mander en maakt daar twee enorme grote cirkels. Deze werden de cirkels van Jannink genoemd. Er werd rogge, haver en aardappels op verbouwd.

Tijdens de 2e wereldoorlog vormden ze een goed herkenningsteken vanuit de lucht. De geallieerde piloten wisten dat ze daarna Duitsland in kwamen.

Omdat de grond al lang niet meer gebruikt werd om er van alles op te verbouwen zijn de cirkels in 1991 verworven door de Stichting Landschap Overijssel. In 1999 krijgt kunstenaar Paul de Kort de opdracht om een Land Art kunstwerk te maken van de cirkels. Paul de Kort bedenkt dan een wandelpad met een wal rondom de cirkels. De twee cirkels liggen in een omgeving waar ook veel oude grafheuvels gevonden zijn. Paul de Kort heeft hieraan gedacht en daarom op één van de cirkels, precies in het midden, een heuvel geplaatst en hierop jeneverbesstruiken geplant. In het midden van de andere cirkel, met rondom een aarden wal, is een labyrinth (een soort doolhof) aangelegd.

Paul de Kort heeft dit bedacht als een aandenken aan het in rondjes ploegen van de boer. Omdat de beide cirkels door een pad met elkaar verbonden zijn worden de cirkels wel eens de BH van Jannink genoemd. Je kunt nu een wandeling maken om de cirkels en halverwege van de ene naar de andere cirkel lopen.

Nog meer spannende plekken
In het kader van de grote Ruilverkavelingsactie in Weerselo-Dulder waarbij het land opnieuw werd ingedeeld en verdeeld ontstaan er in de jaren 90 nog meer Land Art kunstwerken in Twente, Deze werden geplaatst in opdracht van de gemeente Weerselo, provincie Overijssel en Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten.
Aan de Langedijk bij Saasveld bijvoorbeeld, situeert kunstenaar Adam Colton een kunstwerk bij de klootschietbaan.

Het kunstwerk staat op een glimmende zwarte sokkel van graniet (een steensoort) en is gemaakt van brons. (Een sokkel is een voet waar een kunstwerk op geplaatst kan worden)
Het graniet weerspiegelt het gras. Het bronzen beeld is een langerekte ligende vorm net als de klootschietersbaan en ziet eruit alsof het zo weg kan vliegen. De snelheid en vaart zit in de vorm van het beeld. Adam Colton heeft hier de actie en beweging van het klootschieten willen vangen in zijn kunstwerk.

Land-Art kunstwerk van herman de vries
Een andere kunstenaar, herman de vries (die zijn naam in kleine letters schrijft), krijgt de opdracht voor een Land Art kunstwerk bij Weerselo en Saasveld. Dit kunstwerk bestaat uit vier meidoornheuvels en een heesterbosje. Je kunt ze vinden door over de Loodijk richting Albergen te gaan. Aan beide kanten van de Loodijk, al in de gemeente Weerselo vind je 2 van deze begroeide zandheuvels. Naast de heuvel links groeit een groep populieren en de heuvel rechts ligt naast de Fleringenmolenbeek en vrij in het gras. De andere 2 heuvels liggen ter hoogte van het Stift bij de instromende sloten. Alle 4 de heuvels zijn even groot en op dezelfde wijze in een spiraalvorm beplant. Verder ontdekte herman de vries ook nog een bijzondere plek in een stukje landschap van Staatsbosbeheer en heeft die plek de naam ‘Wachel-Struweel’ gegeven.

Het woord ‘Wachel’ komt uit de Duitse taal en betekent: fris en altijd groen. Struweel betekent: een aantal struiken bij elkaar. Kan je nu bedenken hoe het kunstwerk in het Nederlands zou kunnen heten? ‘Wachel-Struweel’ bestaat uit een struweel van jeneverbes en hulststruiken. Hier komen we opnieuw de jeneverbes tegen.

Paul de Kort heeft deze struiken ook in zijn Land Art kunstwerk gebruikt (zie de Mandercirkels). Misschien komt dat gebruik van de jeneverbes wel door zijn betekenis. Er wordt gezegd dat de takken van de jeneverbes je kunnen beschermen tegen betovering.
Tevens is het een medicijn en vermindert onder andere pijn in de botten. De heuvels en het Wachel-Struweel vormen met elkaar het Land-Art kunstwerk van herman de vries. Herman de vries heeft de heuvels hier neergezet als een soort begrenzing van het gebied waarbij hij rekening heeft gehouden met de loop van het water in de sloten. Vroeger overspoelden de sloten vaak het land door een teveel aan water in de sloten.
Dit werk is geen opvallend kunstwerk. De 4 begroeide heuvels zijn natuurlijke bakens geworden, herkenningspunten in het landschap en opgenomen en meegegroeid met de natuur zoals herman de vries dat ook bedoeld heeft.

© Landgoed Baasdam 2018